De erfenis van The Godfather

The Godfather (1972, Coppola) is een indrukwekkende en inmiddels iconische film, maar heeft ook een keerzijde die tot op de dag van vandaag voelbaar is. Wat die keerzijde is, wordt duidelijk zodra je in de geschiedenis achter de film duikt.

Het ontstaan van de maffia
De herkomst van het woord ‘maffia’
Onzichtbaar
Vooraf: de maffia protesteerde tegen The Godfather
Achteraf: de maffia omarmde The Godfather
Mario Puzo en de filmrechten
Het ontstaan van de maffia
Het bekkie van Brando


Het ontstaan van de maffia
In de vroege 19e eeuw ontstond op Sicilië een nieuwe machtslaag rond de beheerders (gabelotti) van landgoederen. Die beheerders hielden financieel toezicht namens de adel, maar deden dat met harde hand, geholpen door ingehuurde handlangers en knokploegen (scagnozzi en campieri). Die groeiden uit tot vaste lijfwachten en uiteindelijk tot bendes en broederschappen.

De eerste die officieel melding maakte van bendes die we nu onder de noemer ‘maffia’ zouden scharen, was de procureur-generaal van Trapani, Pietro Calà Ulloa. Tussen 1830 en 1840 stuurde hij meerdere rapporten naar de minister van Justitie, waarin hij een parallelle machtsstructuur beschreef: broederschappen met een gemeenschappelijke kas om ambtenaren te beschermen of juist te laten ontslaan, en met de macht om onschuldigen te laten beschuldigen en schuldigen vrij te laten komen.

Na 1860, toen Sicilië onderdeel werd van het verenigde Italië, viel het oude feodale systeem definitief uit uiteen. Grootgrondbezitters zochten nieuwe manieren om hun bezit te beschermen, en de broederschappen vulden dat gat: een macht buiten de staat, maar er wel mee verweven.

De herkomst van het woord ‘maffia’
Het woord ‘mafia’ (dat we in Nederland door de klank schrijven als ‘maffia’) komt uit Sicilië. Het Siciliaanse mafiusu (uitgesproken als mafioso) betekent zoiets als ‘branie’. Volgens sociaal wetenschapper Diego Gambetta had de term mafiusu voor een man in de 19e eeuw een dubbele lading: het stond voor kracht en arrogantie, maar ook voor lef, ondernemingszin en trots. Voor een vrouw betekende de vrouwelijke vorm mafiusa juist ‘mooi’ of ‘aantrekkelijk’. Het Siciliaanse woord mafie wordt ook in verband gebracht met grotten bij Trapani en Marsala, die vaak dienden als schuilplaats voor vluchtelingen en criminelen.

Het woord ‘mafia’ in relatie tot de broederschappen werd pas gangbaar vanaf 1863, door het succes van het toneelstuk I mafiusi de la Vicaria (de mafiosi van Vicaria, vroeger een gevangenis in Palermo) van Giuseppe Rizzotto en Gaspare Mosca, dat in meerdere talen werd opgevoerd en het begrip in die context door heel Italië verspreidde.

Onzichtbaar
De Siciliaanse maffia opereerde goeddeels ondergronds: zichtbaar genoeg om macht uit te oefenen, maar onzichtbaar genoeg om niet (h)erkend te kunnen worden. Het was een parallelle en gesloten machtsstructuur met eigen erecodes. Loyaliteit, wederkerigheid en gehoorzaamheid waren essentieel, reputatie was belangrijker dan titels en conflicten werden onderling opgelost: cosa nostra, onze zaak. De geheimhoudingsplicht, de omertà, bepaalde dat leden nooit met autoriteiten spraken en interne kwesties binnen de groep bleven. Dat gold ook voor buitenstaanders, vooral voor getuigen. Het verdienmodel was bescherming: tegen rivalen, tegen de staat en tegen de maffia zelf. Je werkte mee, anders kreeg je problemen. Die onzichtbaarheid werkte decennialang in hun voordeel – tot Hollywood besloot ze in het volle licht te zetten.

Vooraf: de maffia protesteerde tegen The Godfather
Toen The Godfather (1972) in ontwikkeling was, protesteerden Italiaans‑Amerikaanse organisaties en zelfs maffialeiders fel tegen de film. Daarbij sprongen vooral de acties van Joe Colombo, die zich publiekelijk presenteerde als burgerrechtenactivist en leider van de Italian‑American Civil Rights League, in het oog. Colombo voerde maandenlang campagne tegen wat hij ‘sensationalistische fictie’ noemde, en dreigde met arbeidsconflicten en productieproblemen als Paramount niet zou toegeven.

Joe Colombo aan het demonstreren met zijn ‘IACRL’

In werkelijkheid was Colombo de leider van de Colombo-familie, een van de Five Families in New York. Hij had de Italian‑American Civil Rights League in 1970 opgericht omdat zijn zoon, Joseph Colombo Jr., door de FBI werd beschuldigd van het smokkelen van paspoorten. Colombo claimde dat zijn zoon slachtoffer was van anti‑Italiaanse discriminatie en gebruikte dat als startpunt voor een bredere ‘burgerrechtenbeweging’.

Colombo ontkende publiekelijk dat de maffia überhaupt bestond (‘Mafia, what’s a mafia?’) en gebruikte zijn organisatie – met naar schatting 45.000 leden – om druk uit te oefenen op de studio. Paramount en regisseur Francis Ford Coppola moesten uiteindelijk onderhandelen met vertegenwoordigers uit de georganiseerde misdaad om de productie veilig te stellen. Daarbij werd onder meer afgesproken dat het woord ‘maffia’ zo min mogelijk gebruikt zou worden in de film.

De problemen stopten niet toen de film groen licht kreeg. Volgens meerdere bronnen werd de crew lastiggevallen en bedreigd door maffialeden die probeerden invloed uit te oefenen op wat er gefilmd werd. Producent Al Ruddy kreeg zelfs te horen dat hij werd gevolgd, en er waren meldingen van vandalisme aan apparatuur en intimidatie op locaties. Paramount moest daarom voortdurend balanceren tussen artistieke vrijheid en het vermijden van conflicten.

In 2022 maakte Paramount een miniserie over het turbulente maakproces van The Godfather: The Offer, gebaseerd op de ervaringen van producent Al Ruddy. De serie, met onder meer Miles Teller, Juno Temple, Matthew Goode, Colin Hanks en Giovanni Ribisi, werd heel goed ontvangen. Voor de trailer, klik hier.

Achteraf: de maffia omarmde The Godfather
The Godfather was direct een enorm succes, op dat moment zelfs de succesvolste film die er tot dan toe was gemaakt: de film die je moest zien. Volgens Tom Santopietro betekende de film voor veel Italianen in de VS een vorm van emancipatie. Het gaf hen een gevoel van trots en hun cultuur werd ineens aantrekkelijk; iedereen wilde een beetje Italiaans lijken.

John Gotti, strak in het pak

Maar het succes van de film had een onverwachte schaduwkant: de georganiseerde misdaad kreeg een mythische glans. Het ‘beroep’ van mafioso kreeg ineens aanzien, en waar de maffia zich vroeger vooral in de schaduw bewoog, begonnen verschillende families en bazen zich bovengronds te profileren. Een goed voorbeeld is John ‘Teflon Don’ Gotti, de flamboyante baas van de Gambino‑familie in de jaren tachtig, die zich in dure maatpakken in het openbaar vertoonde en geen geheim maakte van zijn dagelijkse werkzaamheden.

De film gaf criminelen wereldwijd een aantrekkelijker imago, een aura van eer en codes. Het maakte het gangsterleven aantrekkelijker, en veranderde hoe criminelen zichzelf presenteerden en hoe de buitenwereld hen zag. Dat effect reikte ook tot Nederland — denk aan Klaas Bruinsma, die in de media de bijnaam ‘de Nederlandse Godfather’ kreeg. Zoals maffiajournalist Jerry Capeci in 2001 in een interview met The Irish Independent zei: “It made gangsters men of honour instead of what they really are: killers without honour.”

De makers zelf hadden dit effect totaal niet voorzien. Francis Ford Coppola zei later dat hij ‘geschokt’ was dat echte maffiosi zich met de film identificeerden. Hij had The Godfather bedoeld als tragedie, een verhaal over hoe misdaad een familie vernietigt en noemde de romantisering door criminelen ‘deeply ironic’. Ook schrijver Mario Puzo sprak van ‘an unintended consequence’: hij had nooit verwacht dat gangsters hem zouden benaderen alsof hij hun geschiedenis had verfilmd. Producer Al Ruddy zei dat ze dachten dat ze ‘Shakespeare met pistolen’ maakten, geen handleiding voor criminelen. En Al Pacino vond het ‘verontrustend’ dat sommige criminelen Michael Corleone als rolmodel zagen: “Michael is a tragedy, not a hero.”

Ook nu, meer dan vijftig jaar later, heeft The Godfather binnen de georganiseerde misdaad dezelfde mythische status binnen de georganiseerde misdaad. Criminologen signaleren dat jonge bendes de film nog steeds zien als een soort heilige tekst: een handleiding voor macht, loyaliteit en reputatie. Het romantische beeld dat de makers creëerden blijft aantrekkelijk voor jongeren die op zoek zijn naar identiteit en status. In interviews met politie en justitie duiken regelmatig verwijzingen op naar Michael Corleone, naar de hiërarchische structuren uit de film en naar het idee dat misdaad een vorm van ‘familiezaken’ is. De film heeft dus nog steeds invloed op hoe nieuwe generaties criminelen zichzelf zien en presenteren.

Mario Puzo en de filmrechten
De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Mario Puzo uit 1969, dat een enorme bestseller werd. Paramount Pictures had de rechten al twee jaar eerder van Puzo gekocht, met een voorschot van 12.500 dollar zodat hij het boek kon afmaken – Puzo zat diep in de schulden. In totaal betaalde Paramount hem 80.000 dollar voor de rechten (destijds waren deals met percentages of royalties nog niet gebruikelijk). Een schijntje als je bedenkt wat de film wereldwijd zou opbrengen: in het eerste jaar zo’n 100 miljoen dollar, inmiddels – mede door heruitgaven – opgelopen tot zo’n 270 miljoen dollar anno 2025.

Francis Ford Coppola en Dorothy Puzo tijdens de Oscar-uitreikingen in 1973

Puzo zou later wél beter gaan verdienen: Paramount huurde hem in om samen met Coppola het scenario te schrijven. Het was zijn eerste scenario ooit, en hij kreeg er een aparte vergoeding voor. Hij en Coppola wonnen samen de Oscar voor Best Writing – al durfde Puzo zelf het podium niet op. Hij was doodnerveus voor live‑optredens en bang om ‘voor heel Amerika voor schut te staan’, dus accepteerde zijn vrouw Dorothy de prijs namens hem. Ook voor deel II (1974) werkten Puzo en Coppola samen, en opnieuw wonnen ze samen een Oscar (die Puzo wél zelf in ontvangst durfde te nemen, klik hier voor een foto van zijn blije hoofd). Het scenario van deel III (1990) schreven ze ook samen, maar dat leverde geen Oscar op.

Puzo zat door het succes wel ‘gebakken’ en zou tot zijn dood in 1999 blijven schrijven: scenario’s voor tv‑series die voortkwamen uit de Godfather‑trilogie, en films als Superman (1978) en The Cotton Club (1984). Het verhaal gaat dat hij kort voor zijn dood werkte aan een grove opzet voor een vierde Godfather‑verhaal.

Het bekkie van Brando
Het hoofdpersonage Don Vito Corleone heeft niet echt bestaan, maar was gebaseerd op maffiabazen uit de twintigste eeuw zoals Carlo Gambino, Frank Costello, Joe Bonanno en Joe Profaci. Saillant detail: die laatste was de voorganger van Joe Colombo – de Colombo-familie heette tot 1963 de Profaci-familie. En nee, het was geen ‘hostile takeover’.

De fictieve Don Vito Corleone was tegen de zeventig, maar Marlon Brando was toen The Godfather uitkwam pas 48. Omdat hij wilde dat Corleone er een beetje als een bulldog uitzag, propte hij voor de auditie watten in zijn wangen. Voor de echte opnamen werd er een speciaal mondstukje voor Brando gemaakt, dat tegenwoordig te zien is in het American Museum of the Moving Image in New York.

 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.