Regie: John McTiernan
Majoor Dutch Schaefer (Arnold Schwarzenegger) en zijn paramilitaire team krijgen de opdracht om een Guatemalteekse minister van Buitenlandse Zaken en zijn assistent te redden van guerrilla’s. CIA-agent Al Dillon (Carl Weathers), een vriend van Dutch uit de Vietnamoorlog, gaat ondanks de bezwaren van Dutch mee op de missie. Eenmaal in de jungle blijkt de reden van de missie niet te kloppen, en wordt de groep in rap tempo uitgedund zonder dat ze kunnen zien door wie of wat.
De tachtiger jaren waren het top-decennium als het gaat om testosteronfilms. De Die Hards, Lethal Weapons en Commando’s, en spierbundels en vechtjassen als Sylvester Stallone, Chuck Norris, Jean-Claude Van Damme en Steven Seagal vlogen je om de oren. In die lijstjes staan Arnold Schwarzenegger en Predator op nummer één, en niet voor niets: Predator is een ultra-macho actiefilm.
De cast is vooral gekozen op spierbundels met beperkt acteertalent, maar dat heeft ook iets eerlijks: Predator pretendeert niets méér te zijn dan pure actie. Verhaallijnen, dialogen, backstories, wat boeit het – er moet vooral veel afgeknald en opgeblazen worden. Er zitten zelfs volstrekt absurde scènes in om maar kabaal te kunnen maken, met als toppunt de club doorgewinterde commando’s die in paniek in het wilde weg al hun kostbare munitie verschieten. Ik wil geen spoilers weggeven, maar als je niet zoveel hebt met actiefilms zonder sterke verhaallijn wordt het pas na ruim tweederde, als Arnie begint te MacGyveren (om maar in de eighties-terminologie te blijven), wat interessanter. Waarom de Predator doet wat hij doet, wordt – geheel in lijn met het gebrek aan diepgang – niet uitgelegd. Uitzonderingen zijn de special effects die zoveel jaar later nog best aardig zijn, en natuurlijk het uiterlijk van de Predator.
Predator is, ook objectief gezien, geen goede film door de flinterdunne verhaallijn, de clichématige dialogen en het slechte acteerwerk. Toch was de film een enorm kassucces en krijgt op filmwebsites nog steeds hoge scores. Dat valt te verklaren door een aantal factoren: in de Amerikaanse cultuur worden militairen verheerlijkt (en dat was nog meer het geval in de Reagan-jaren, denk ook aan Top Gun uit 1986), zeker als een kleine groep het succesvol opneemt tegen een schijnbare overmacht, en binnen de actieheldencultuur van de jaren 80 werden films beoordeeld op spierkracht en explosies. En last but not least: het buitenaardse wezen maakte destijds diepe indruk, en is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest iconische filmmonsters ooit – nou ja, op de xenomorph in Alien na natuurlijk. Het is niet voor niets dat ze samen werden gebracht, eerst in 1989 in de Dark Horse-strips en in 2004 in Alien vs Predator.
Voor mij zal Alien altijd winnen. Deze keer in ieder geval met gemak.
Deze film op IMDb
Klik hier om te zien waar deze film te zien is
Klik hier voor een chronologische tijdlijn van de Alien- en Predatorfilms
Onder de trailer kun je wat bespiegelingen en weetjes vinden – je raadt bijvoorbeeld nooit wie er oorspronkelijk werd gecast als de Predator, of dat er al vóór het uitkomen van Predator een kleine link met een grote impact was tussen Predator en Alien.
Het is interessant om anno 2025 weer eens te zien wat destijds de rolmodellen voor jongens waren en hun ontwikkeling hebben beïnvloed: spierbundels, stoere one liners, seksistische grappen en homofobe uitspraken, dikke sigaren, veel vechten en heel boos kijken (doet dat je ergens aan denken? The A-Team, een serie met vergelijkbare personages, werd in hetzelfde decennium uitgezonden). De enige vrouw in de film speelt een totaal ondergeschikte rol, heeft weinig tekst, nog minder backstory dan de rest en mag niet meevechten. In dit artikel kun je lezen welke impact de beeldvorming van mannen en vrouwen in de media heeft.
Het testosteron kwam bij de castleden ook in het echt hun oren uit.
Sonny Landham (een deels inheemse Amerikaan die door clichématige details de inheemse Amerikaan moet voorstellen die Billy heet) moest van de verzekering bijvoorbeeld constant een bodyguard bij zich hebben op de set. Niet om hem te beschermen, maar om de rest van de cast tegen hém te beschermen omdat hij zo agressief was.
Jesse Ventura (Blain), die oorspronkelijk WWF-worstelaar was, had het in zijn hoofd gehaald dat zijn biceps iets groter waren dan die van Arnold en liep daar trots mee te koop. Wat hij niet wist, was dat Arnold stiekem de kostuumafdeling had gevraagd de mouwen van Ventura in te nemen, zodat het voelde of hij grotere biceps had. Toen Ventura weer eens liep op te scheppen, liet Arnold zijn armen meten en bleken Ventura’s spierballen kleiner dan die van Arnold.
Carl Weathers (Dillon, maar het bekendst als Apollo Creed uit de Rocky-films) hield vol dat hij niet trainde en zijn spieren puur natuur waren. In werkelijkheid stond hij ’s ochtends vroeg op om in het geheim te trainen.
De film werd van maart tot juni 1986 opgenomen in de vochtige jungle bij Palenque en Puerto Vallarta, Mexico. Cast en crew kregen te maken met extreme hitte, ziektes en voedselvergiftiging door besmet water en eten. Regisseur John McTiernan noemde de eerste draaidag een nachtmerrie, maar de extreme omstandigheden werden door de cast bijna gezien als een rite of passage: wie het volhield was een echte man. Er ontstond een soort informele competitie wie het meest opgewassen was tegen de zware omstandigheden, waarbij Arnold de kroon spande: die stond om 3 uur ’s nachts op om te trainen in de jungle en hield zich aan een streng dieet. Hij hield het daadwerkelijk beter vol dan de rest, maar het creëerde ook een afstand tussen hem en zijn castgenoten.
Het eerste ontwerp van de Predator zag er belachelijk uit: een insectachtig wezen met een lange nek en gouden ogen. McTiernan stopte de productie en vroeg Stan Winston een nieuw ontwerp te maken. Winston bedacht de dreadlocks, en achter de iconische mandibles (bijtkaken) zit een bijzonder verhaal. Op een bepaald moment in de redesign-fase zat Winston in het vliegtuig naast James Cameron, die op dat moment midden in de productie zat van Aliens (1986), de tweede Alien-film. Ze raakten in gesprek en Cameron zei: “Ik heb altijd al een monster met mandibles willen zien.” En zo geschiedde. De universa hebben elkaar dus al in een heel vroeg stadium ‘ontmoet’.
Oorspronkelijk werd de destijds piepjonge en nog onbekende Jean-Claude Van Damme gecast als de Predator. Dat hij in een rubberen pak moest rondrennen vond hij tot daar aan toe, maar hij flipte toen hij ontdekte dat hij grotendeels onherkenbaar zou zijn. Van Damme probeerde er ter compensatie een kungfu‑film van te maken en bleef kickboksen in het kostuum, tot grote frustratie van producent Joel Silver. Ook klaagde Van Damme voortdurend over het pak: het was zwaar, benauwd en gevaarlijk bij stunts. Hij viel zelfs twee keer flauw door uitdroging. Uiteindelijk werd hij ontslagen en vervangen door de 2,18 m lange Kevin Peter Hall (die ook even te zien is als helikopterpiloot).







Wat een leuke review en hele leuke feitjes, Heb ik nooit geweten, weer wat geleerd. Op naar de volgende.