De totstandkoming van King’s eerste boek: Carrie

Het was 1973 en Stephen King (toen nog gewoon Steve) en zijn kersverse gezin hadden ’t niet breed. Ze woonden in een woonwagen, en hun vervoersmiddel was een Buick die aan elkaar hing van duct tape en ijzerdraad.

Drie jaar eerder, om precies te zijn op 18 mei 1970, was Steve afgestudeerd aan de Universiteit van Maine met een bachelor Engels en een tweedegraads onderwijsbevoegdheid op zak. Een maand later beviel zijn vriendin Tabitha Spruce van hun eerste kind, dochter Naomi. Steve en Tabitha trouwden in 1971 en kregen een jaar later hun tweede kind, zoon Joe.

Het zal krap zijn geweest in die woonwagen met een peuter en een baby. Tabitha werkte bij Dunkin’ Donuts en Steve gaf Engelse les op Hampden Academy, een privéschool in het oosten van Maine. Om de eindjes aan elkaar te knopen kluste hij in de zomer bij, onder andere als conciërge en pompbediende bij een tankstation. Tussen alle bedrijven door schreef Steve elke avond korte verhalen op de Olivetti van Tabitha, tussen de wasmachine en de droger in het waskamertje van de woonwagen. Hij stuurde ze rond naar verschillende mannenbladen zoals Playboy, Cavalier en Penthouse, en als ze geluk hadden werd er een verhaal gekocht, wat weer een kleine aanvulling op het gezinsinkomen betekende.

Op een dag kreeg hij een bijbaan aangeboden op de Hampden Academy, waardoor er jaarlijks nog een beetje extra geld kon worden verdiend, en deelde dat nieuws enthousiast met Tabitha. Die reageerde kritisch. “Heb je dan nog wel tijd om te schrijven?” vroeg ze. “Niet veel.” antwoordde King. “Nou, dan kan je die baan dus niet aannemen.”

Door zijn korte verhalen in de mannenbladen en de focus op sci-fi en horror stond King op dat moment vooral bekend als ‘mannenschrijver’, tot een lezer hem er in een reactie op wees dat hij altijd over machodingen schreef. “Je weet niet hoe je over vrouwen moet schrijven. Je bent bang voor vrouwen.” King aanvaardde de uitdaging.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat het weer een kort verhaal zou worden voor Cavalier, of misschien Playboy, die betaalde ook beter. King’s hoofdpersoon werd een combinatie van twee van de eenzaamste mensen die hij ooit had ontmoet, twee jonge vrouwen die hij tijdens zijn studietijd had leren kennen. De ene was een timide meisje met epilepsie en een schorre stem waar het vastzittende slijm in doorklonk. Haar fundamentalistische moeder had een levensgroot kruis in de woonkamer staan, en King was ervan overtuigd dat het beeld het meisje tot in de schoolgangen achtervolgde. Het andere meisje was een loner die elke dag hetzelfde aanhad, waardoor ze verschrikkelijk gepest werd.

King schreef drie pagina’s, om ze vervolgens gefrustreerd in de prullenbak te gooien. Zijn criticasters hadden gelijk, hij kon niet vanuit het perspectief van een vrouw schrijven. Het verhaal stond hem ook tegen: de hoofdpersoon was een irritant wezen dat ‘slachtoffer’ op haar voorhoofd had staan. Erger nog, het plot ontwikkelde zich te traag waardoor het verhaal te lang zou worden voor een blad. “Ik zag niet in waarom ik twee weken, of misschien een maand zou verspillen aan een novelle die ik zelf niet eens leuk vond en die niet zou verkopen.” zou King er later over zeggen in zijn autobiografie Over leven en schrijven. “Dus ik gooide het weg. Want wie wil er nou een boek lezen over een sneue griet met menstruatieproblemen?”

De volgende dag wilde Tabitha de prullenbak in het waskamertje legen en vond drie verfrommelde balletjes papier. Ze veegde de sigarettenas eraf en vouwde ze open. Toen King thuiskwam van zijn werk had ze ze nog steeds.

“Je hebt hier iets te pakken.” zei ze. “Ik denk ’t echt.” De weken erop gidste Tabitha haar man door de wereld van vrouwen, gaf hem tips over het ontwikkelen van de personages en de beroemde douchescène. Negen maanden later was het definitieve manuscript af.

Dertig uitgevers wezen het af.

Het was het vijfde lesuur op Hampden Academy, en King zat in de lerarenkamer slaperig proefwerken na te kijken toen er een stem door de intercom klonk. “Stephen King? Stephen King, ben je daar?” Of hij even naar kantoor wilde komen omdat zijn vrouw aan de telefoon was. Dan moest het wel belangrijk zijn: Tabitha belde nooit, want ze hadden geen telefoon. Bellen betekende de kinderen netjes aankleden en naar de buren gaan om daar te vragen of ze mocht bellen. Buiten adem vertelde Tabitha hem dat ze een telegram had ontvangen van Bill Thompson, de redacteur van Doubleday Publishing:

GEFELICITEERD. CARRIE OFFICIEEL EEN DOUBLEDAY BOEK. IS $2.500,- VOORSCHOT OKE? DE TOEKOMST LIGT VOOR JE. GROET, BILL

De eerste uitgave van Carrie: de Doubleday hardcover, 1974

King was doorgebroken. Het voorschot was niet voldoende om te stoppen met lesgeven en zich helemaal aan het schrijven te kunnen wijden, maar het was het grootste bedrag dat hij tot dan toe had verdiend met schrijven. Hij gebruikte het geld om een Ford Pinto te kopen en met zijn gezin te verhuizen naar een klein vierkamerflatje in Bangor, Maine. Ze hadden ineens geld voor boodschappen, en zelfs voor een telefoon.

King had gehoopt dat zijn bankrekening gespekt zou worden met vette royalties, maar helaas werd de hardback van Carrie uiteindelijk maar 13.000 keer verkocht. Met tegenzin tekende King in 1974 voor een nieuw lesjaar aan Hampden. In hun nieuwe flatje begon hij aan The House on Value Street, een nooit voltooide roman gebaseerd op de ontvoering van Patricia Hearst (de roman zou later wel uitmonden in The Stand), en tegen moederdag had hij Carrie wel zo’n beetje opgegeven.

Eén telefoontje zou dat allemaal veranderen. Het was Bill Thompson weer: “Zit je?” King was alleen thuis en stond in de deuropening tussen de keuken en de woonkamer. “Nee, moet dat?” “Dat zou handig kunnen zijn. De paperbackrechten van Carrie zijn net verkocht aan Signet Books voor $ 400.000,-. $ 200.000,- daarvan is voor jou. Gefeliciteerd, Stephen.” Kings knieën begaven het. Zittend op de grond trilde hij van opwinding door het winnen van de schrijversloterij, en er was niemand om het mee te delen: Tabitha was met de kinderen naar haar moeder. Om het te vieren wilde King een heel bijzonder moederdagcadeau voor Tabitha kopen, iets luxueus, iets onvergetelijks. Het was zondag, en alle winkels in Bangor waren gesloten behalve een drogist. King kocht het mooiste dat hij kon vinden: een föhn.

klik voor een grotere versie

De week erop kopte het universiteitskrantje trots dat hun oud-student Steve King een klapper had gemaakt, met ernaast een hilarische foto van King.

King stopte met lesgeven en zijn bijbaantjes, en Tabitha stopte met haar werk bij Dunkin’ Donuts. Drie jaar later kocht King nog een cadeautje voor haar: een verlovingsring. Ze waren al zes jaar getrouwd.

De paperbackversie van Carrie ging in het eerste jaar ruim een miljoen keer over de toonbank, ondanks de gemengde kritieken. De recensent van de Wilson Library Journal formuleerde het het treffendst: “It’s pure trash, but I loved it.” Ook King zelf was veertig jaar na dato kritisch over zijn eigen debuut en omschreef het als een koekje dat door een eersteklasser gebakken is. “Het smaakt lekker, maar is klonterig en de onderkant is verbrand.”

Eind 1974 verhuisde het gezin naar Boulder, Colorado. King was begonnen aan een boek met de werktitel Darkshine dat zich in een pretpark afspeelde, maar was niet tevreden over de setting. Via via hoorden Stephen en Tabitha over een hotel in de bergen van Estes Park en besloten er een nacht door te brengen. Eenmaal aangekomen bleken ze de laatste gasten in een bijna verlaten hotel – het Stanley Hotel was bezig zijn deuren te sluiten voor de winter…

 

Dit stukje is deels gebaseerd op How Stephen King’s Wife Saved Carrie and Launched His Career op Mentalfloss.com

1 reactie op “De totstandkoming van King’s eerste boek: Carrie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.