Regie: Jean-Pierre Jeunet
Aan het einde van Alien³ (Fincher, 1992) offerde Ripley zichzelf op om te voorkomen dat Weyland-Yutani de Alien Queen die ze in zich droeg in handen zou krijgen. Dat maakte een vervolg met Ripley onwaarschijnlijk. Alien: Resurrection speelt zich ruim 200 jaar later af, in 2381, en opent met een – nogal creatieve – oplossing voor dat probleem: wetenschappers aan boord van het militaire ruimteschip Auriga hebben met het aangetroffen DNA van Ripley en de Alien Queen zitten rommelen, en Ripley gekloond. De kloon, die Ripley 8 wordt genoemd, groeit op met het embryo in zich, en wordt ook na de ‘geboorte’ van de Alien Queen in leven gehouden voor onderzoek. De nakomelingen van de Alien Queen en Ripley 8 blijken eigenschappen en herinneringen te delen.
Ondertussen arriveert een groepje schimmige huurlingen met een lading cryo-slapende mensen, die als broedmachines moeten dienen voor de aliens die de wetenschappers willen kweken. Je voelt hem al aankomen: het gaat mis. De aliens breken uit, de Auriga verandert in een vliegende nachtmerrie en Ripley 8 moet proberen te voorkomen dat de mensheid wordt uitgeroeid.
Waar Alien³ al duidelijk leed onder commerciële, in plaats van creatieve drijfveren, heeft dat in Alien: Resurrection volledig de overhand genomen. Het wonderlijke is dat Fox per se een vierde deel wilde, ondanks het rampzalige productieproces van Alien³. Zelfs de vaste Alien-producenten Walter Hill en David Giler probeerden een vierde deel tegen te houden. Tevergeefs.
Fox wilde een regisseur met een uitgesproken visuele stijl. Nadat Danny Boyle en David Cronenberg voor de eer hadden bedankt, kwamen ze uit bij Jean-Pierre Jeunet (Delicatessen, La Cité des Enfants Perdus), en dat zie je terug: de sets zijn rijk, de kleuren zijn warm en organisch, en de practical effects zijn vaak prachtig. De xenomorphs zien er nog steeds fantastisch uit en de film bevat een paar memorabele beelden. Alleen is memorabel niet altijd hetzelfde als geslaagd: de stijl past totaal niet bij het universum. Waar Alien (1979) future noir was en Aliens (1982) militaire sci-fi, voelt Resurrection soms als een bizarre mengelmoes van steampunk, body horror en art house-esthetiek.
Het scenario werd geschreven door Joss Whedon, die destijds bekend was van zijn scenario’s voor de veel lichtere Buffy the Vampire Slayer (1992) en Toy Story (1995). Whedon vertelde later in meerdere interviews dat de film totaal anders was geworden dan hij voor ogen had. En dat klopt: de toon is inconsistent, de pogingen tot humor slaan plat en de personages zijn karikaturaal. De film introduceert allerlei concepten maar geen van die ideeën wordt echt uitgewerkt, en we gaan van spektakel naar spektakel zonder dat dat dienstbaar is aan de verhaallijn. De personages maken keuzes die vooral logisch zijn voor het plot – hun eigen motivatie ontbreekt.
Het concept van een hybride Ripley is op papier interessant: iemand die haar menselijkheid deels kwijt is, maar haar trauma’s nog met zich meedraagt. Sigourney Weaver doet zichtbaar haar best om iets te maken van deze nieuwe versie van Ripley en heeft een paar sterke momenten. Maar de film geeft haar geen solide richting: soms is ze afstandelijk en bijna dierlijk, soms weer volledig menselijk, en soms lijkt ze vooral geschreven om stoere oneliners te kunnen leveren. Het resultaat is een Ripley die niet meer herkenbaar is als ‘onze’ Ripley.
Ook de overige cast komt niet goed uit de verf, terwijl het niet de minsten zijn: onder meer Winona Ryder, Ron Perlman, Dan Hedaya en Brad Dourif. De personages zijn dun, de dialogen zijn vaak houterig en de dynamiek tussen de huurlingen voelt geforceerd. Ryder doet het nog het best, al is haar personage vooral interessant in concept, niet in uitvoering. Perlman heeft zichtbaar plezier, maar speelt een karikatuur. Brad Dourif doet zijn typische Brad Dourif dingen, maar dan in een film die niet weet hoe je dat subtiel inzet.
Het allerergste? De Newborn, een gedrocht dat eruit ziet als een naakte, huilende vleespop en inmiddels bekendstaat als het meest bekritiseerde, of door fans zelfs gehate creature design uit de hele franchise. Ook dat is te wijten aan Fox: die wilde een hybride met menselijke kenmerken, dat emotioneel herkenbaar moest zijn en dus empathie moest opwekken. Dat is falikant mislukt, het is een absurd wezen dat meer op de lachspieren werkt dan vertedering opwekt.
Alien: Resurrection is als losse film redelijk te doen, het ziet er allemaal gelikt uit en verveelt niet. Binnen de franchise is het echter de film waarbij de liefde en het creatieve kompas duidelijk verloren zijn geraakt. De subtiliteit en de sterke verhaallijnen van de eerste twee delen zijn volledig verdwenen, en wat overblijft is een vreemde, onevenwichtige mix van actie, groteske humor en halfbakken filosofie.
Of, om wederom de iconische recensent Roger Ebert te parafraseren: het is waarschijnlijk de vreemdste middelmatige film die je in deze franchise zult tegenkomen.
Deze film op IMDb
Klik hier om te zien waar deze film te zien is
Onder de trailer kun je nog wat weetjes vinden.
Lees in het artikel De perfecte chaos: de geboorte van een sci-fi meesterwerk meer over het ontstaan van Alien.
Ben je een Alien-purist? In het artikel De Alien-Franchise kun je alle films- en series vinden op de juiste volgorde, en meer informatie over de namen van alle ruimteschepen in de franchise.
Als je je wel hebt kunnen neerleggen bij de crossover met Predator, kun je op de site ook een chronologisch overzicht vinden van alle Alien- én Predatorfilms en -series, inclusief korte beschrijvingen en relevante info, zoals de botsing in de tijdlijnen.
Jeunet had net het script voor Amélie (die uitkwam in 2001) afgerond en was verbaasd dat hij de film aangeboden kreeg, omdat hij dacht dat de franchise na Alien³ dood was. Hij sprak nauwelijks Engels toen de productie begon, waardoor er een tolk op de set nodig was.
Sigourney Weaver wilde eerst niet terugkeren, maar veranderde van gedachten omdat Fox (in haar woorden) “een vrachtwagen vol geld naar haar huis reed.”
Winona Ryder zei wel meteen ‘ja’, zelfs zonder het script gelezen te hebben – ze wilde gewoon meespelen in een Alien-film om indruk te maken op haar jongere broers.
De film werd bewust meer richting dark comedy geduwd, met de instructie om meer geweld toe te voegen. De rol van Dr. Wren was oorspronkelijk ook geschreven voor grappenmaker Bill Murray.
De iconische terloopse basketbalworp van Ripley 8 werd echt door Sigourney Weaver gemaakt. Ze oefende wekenlang met een coach. Ondertussen werden er allerlei manieren bedacht om tijd (is geld) te besparen, zoals digitale nabewerking of de bal in de basket laten vallen door iemand anders, maar Weaver stond erop het zelf te doen – en met succes. In dit filmpje vertellen cast en crew over de totstandkoming van het shot en is de onbewerkte versie te zien.
Joss Whedon schreef vijf verschillende eindes, waaronder:
– een gevecht in een futuristische junkyard
– een finale in een kraamafdeling
– een eindscène in een sneeuwlandschap met een landbouwmachine (“Harvester”)
– een desert einde dat Fox uiteindelijk ook afwees
Alien: Resurrection was de eerste Alien-film die niet in Engeland werd opgenomen — op verzoek van Weaver, omdat eerdere producties te zwaar waren voor de crew door het vele reizen.
Jeunet wilde een scène waarin een mug Ripley bijt en meteen oplost door het zuur in haar bloed. De SFX kosten waren te hoog, dus het idee sneuvelde.
De Newborn animatronic had oorspronkelijk duidelijk zichtbare geslachtsdelen – een mix van mannelijke en vrouwelijke – maar Fox liet ze digitaal verwijderen.
De originele full‑scale animatronic van de Alien Queen uit het tweede deel, Aliens (1986), werd niet gebruikt in Alien³ en leek jarenlang spoorloos. Nieuwe mallen maken was geen optie: die waren beschadigd, waardoor een reconstructie extreem kostbaar zou worden. Uiteindelijk bleek de Queen veilig te staan in de beroemde privécollectie van filmhistoricus en propverzamelaar Bob Burns. ADI (Amalgamated Dynamics), dat verantwoordelijk was voor de creature‑effects in Alien: Resurrection, leende de animatronic, restaureerde en schilderde haar opnieuw voor de opnamen, en bracht haar daarna terug naar Burns. Burns overleed in 2025. Er is sindsdien (nog) geen officiële informatie vrijgegeven over waar de originele Queen nu is of wat er met zijn collectie gebeurt.
Na Alien: Resurrection zijn er nog twee nieuwe versies van de Queen gemaakt.
De eerste voor Alien vs Predator (2004), waar ADI ook bij betrokken was. De originele Queen was te kwetsbaar en had te weinig actieradius voor de actiescenes in AvP, dus er werd een nieuwe versie ontworpen die veel groter was dan de Aliens/Resurrection Queen, en meer insectachtige details en agressievere proporties had. Ze was een van de meest complexe animatronics ooit gebouwd door ADI. De tweede was voor Alien vs. Predator: Requiem (2007), waar ADI wederom aan meewerkte. Dit keer werd het geen full-scale animatronic, maar een kleimodel voor digitaal gebruik en als visuele referentie voor de oorsprong van de Predalien.
De Alien Queen‑animatronic uit Alien vs Predator werd in 2012 gekocht door het Musée Cinéma & Miniature in Lyon. Ze werd een jaar lang gerestaureerd, en in 2013 opgenomen in de vaste collectie. Hieronder kun je zien hoe ze erbij staat.


